Voedingsindustrie groeit ondanks krimp thuismarkt

27 - 06 - 2017

De Belgische voedingsindustrie creëerde in 2016 netto meer jobs en investeerde 11 procent meer dan in 2015, onder meer dankzij de dalende loonkostenhandicap en een aantrekkende conjunctuur. Toch ziet FEVIA, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, ook enkele donkere wolken boven de sector: de omzet op de Belgische markt daalt door de stijgende grensaankopen. Het oprukkend protectionisme en de Brexit bedreigen bovendien de export dat meer dan ooit de motor van de groei van de sector is. En de “millefeuille” van belastingen beschadigt de concurrentiekracht.

De Belgische voedingsindustrie heeft de wind mee. Dat blijkt onder meer uit de stijging van de investeringen met liefst 10,5 procent tot 1,6 miljard euro en de indrukwekkende groeicurve die de sector de laatste tien jaar realiseerde: tussen 2006 en 2016 steeg de omzet van de voedingsindustrie met 46 procent, terwijl de omzet van de andere verwerkende industriële sectoren tijdens diezelfde periode stabiel bleef. De totale omzet nam in 2016 met 2,9 procent toe. Minpunt: de omzetstijging is het resultaat van stijgende exportcijfers, want de thuismarkt lijkt verzadigd. Na een quasi onafgebroken jaarlijkse omzetstijging in België sinds 2006, met een neerwaarts knikje in crisisjaar 2008, zijn de plafonnerende cijfers van de laatste jaren voor het eerst negatief. De omzet in ons land daalde vorig jaar met 1,7 procent.

FEVIA-voorzitter Jean Eylenbosch heeft het over een gesatureerde markt, maar wijt de lichte daling toch vooral aan de stijging van het aantal grensaankopen met 7,8 procent. Sinds 2008 zijn de grensaankopen met meer dan 50 procent toegenomen, zo weet Eylenbosch. “Volgens Comeos zouden er zonder de grensaankopen zelfs 11.000 extra jobs in België kunnen zijn”, aldus de voorzitter. “Een grondige reflectie dringt zich op. Eén zaak is duidelijk: in deze context extra belastingen of een statiegeldsysteem invoeren, is onverantwoord.”

In 2016 was de export meer dan ooit de motor achter de groei van de Belgische voedingsindustrie. De export steeg met 4,3 procent. Uit een verdeling blijkt dat die overigens heel erg divers is. Vlees is met 12 procent het belangrijkste exportproduct, gevolgd door groenten en vruchtenbereidingen (11%) en graanbereidingen (10%). De export buiten de Europese Unie is zelfs met 5,3 procent toegenomen, met dank aan de Verenigde Staten: de export naar de VS steeg met 80,1 procent ten opzichte van 2012 en 14,5 procent in 2016 ten opzichte van 2015. Het is echter vooral de export naar China die in het oog springt met een groei van 26 procent in 2016 en 177,3 procent ten opzichte van 2012. Hiermee wordt China de tweede belangrijkste verre exportmarkt en steekt het Japan voorbij.

Maar ook het positieve exportverhaal moet genuanceerd worden, aldus FEVIA. Nieuwe handelsbarrières en “gastronationalisme” zijn belangrijke bedreigingen voor de groei van de voedingsindustrie. De Brexit en de daling van het pond laten de export (in waarde) naar het VK met 1,7 procent dalen. De verplichte oorsprongsetikettering in Frankrijk doet de export van zuivelproducten (in volume) met 17,1 procent dalen in het 2de semester van 2016, waar vooral de Waalse melkveehouders last van ondervinden. Tegelijkertijd blijft de Ruslandboycot aanslepen en staat de nieuwe Amerikaanse President Trump erg kritisch tegenover vrijhandel.

De voedingsindustrie staat al jaren bekend als een grote werkgever en maakte die reputatie in 2016 meer dan waar: de werkgelegenheid in de sector nam vorig jaar met 0,7 procent toe tot een totaal van 89.043 arbeidsplaatsen. Ook hier is de voedingsindustrie de enige verwerkende industriële sector die het aantal jobs stabiel kan houden. Met een gemiddelde tewerkstelling van 20,4 arbeidsplaatsen per werkgever zet ook de schaalvergroting zich door in de sector, al blijft de voedingsindustrie een echte kmo-sector, zo klinkt het. Zo stelt 73 procent van de voedingsbedrijven minder dan 10 mensen tewerk.

“Toch is het werk nog lang niet af”, zo klinkt het. “De loonkostenhandicap van de Belgische voedingsindustrie blijft in 2016 op 17,5 procent steken. Zonder extra maatregelen dreigt de loonkostenhandicap zelfs opnieuw toe te nemen.” FEVIA vraagt dan ook aan alle beleidsmakers om de loonkostenhandicap verder af te bouwen en zo nog meer jobs te creëren. Eylenbosch had overigens ook nog een schouderklop voor de land- en tuinbouwers in petto: “Het is ongehoord dat iemand die zo hard werkt daar niet deftig voor vergoed wordt. Daarom willen we ons in het Ketenoverleg steeds constructief en loyaal opstellen.”

Bron: vilt.