Aardappel op één in de Vlaamse keuken

25 - 04 - 2019

Aardappelen zijn sterk verweven met onze eetcultuur en blijven dan ook de belangrijkste maaltijdbegeleider voor de Vlaming. De meeste aardappelen kopen we in DIS 1, goed voor 40% van het aardappelvolume. Daarnaast ging VLAM via verschillende onderzoeken na waar de consument op let tijdens de aankoop van aardappelen. Zo blijkt dat de verschuiving naar kleinere verpakkingen zich doorzet, terwijl ook de diversificatie van de variëteiten en de sterkere voorkeur voor aardappelen van Belgische origine opvallen.

Aardappelen nog altijd de eerste keuze in Vlaanderen

Met een gemiddelde eetfrequentie van 3,7 keer per week, waarvan 3,0 keer niet-gefrituurd en 0,7 keer gefrituurd, blijft de aardappel de meest geconsumeerde maaltijdbegeleider. Pasta komt 1,1 keer per week op het bord, rijst 0,6 keer en wraps, quinoa, bulgur en couscous elk 0,1 keer. 1 keer per week eet men een maaltijd zonder deze maaltijdbegeleiders. De eetfrequentie van aardappelen ligt wel een heel stuk hoger bij 55-plussers dan bij 18- tot 34-jaringen. Zo eten jonge alleenstaanden nog slechts 2,4 keer per week aardappelen. Zij eten in verhouding tot andere bevolkingsgroepen wat vaker pasta, wraps en maaltijden zonder maaltijdbegeleider, maar ook bij hen staat de aardappel nog wel op één qua eetfrequentie. We blijven vaak aardappelen eten omdat we ze lekker, voedzaam en veelzijdig vinden. Bovendien horen ze onlosmakelijk samen met onze basiskeuken waardoor aardappelen koken en eten sterk in onze routine en gewoontes zit. We vinden ze ook niet duur, makkelijk te bereiden en puur/natuurlijk.

Aandeel distributiekanalen voor verse aardappelen

83% van de verse aardappelen voor thuisverbruik worden aangekocht in een supermarkt. DIS 1 (de hypermarkten en grotere supermarkten) heeft een volumeaandeel van 40%, hard discount (Aldi en Lidl) is goed voor 30% en de buurtsupermarkten vertegenwoordigen 13%. Daarnaast wordt 8% van de verse aardappelen rechtstreeks bij de boer gekocht, 2% op de openbare markt, 2% in een agf-winkel en 5% in overige kanalen.

Aankoopcriteria

Bij hun aankoop van aardappelen houden consumenten rekening met het uitzicht van de aardappelen, de aardappelsoort, het verpakkingsgewicht, het type verpakking, de prijs, de grootte en de vorm van de aardappelen, de herkomst en de productiemethode (bio).

Het belangrijkste aankoopcriterium voor consumenten is het uitzicht van de aardappelen. Ze moeten stevig en vast van structuur zijn en ze mogen geen kiemen, stootplekken, groene schijn of rotte plekken vertonen. Klanten verwachten ook dat ze een aangename, frisse, niet duffe geur hebben. Er leeft bij consumenten redelijk wat angst voor slechte aardappelen in een zak, maar als we doorvragen dan blijkt de kwaliteit van hun aankoop doorgaans wel goed te zijn. De aardappelen worden alvast best met de nodige zorg en kennis behandeld en bewaard zodat de kwaliteit en het uitzicht voor de consument zo optimaal mogelijk is.

Bij de keuze van de aardappelsoort primeert eerder het kooktype dan de specifieke variëteit. De meeste consumenten kopen doorgaans één soort in functie van de bereidingen die ze de volgende dagen willen maken. Daarnaast zijn er consumenten die steeds dezelfde soort kopen onafhankelijk van de bereiding, en anderen die verschillende aardappelsoorten in huis hebben. Het aandeel van Bintje, Nicola en Charlotte daalde van 62% volumeaandeel in 2008 naar 41% nu. Dus waar voorheen de aankoop van de Belg voornamelijk beperkt bleef tot Bintje, Nicola en Charlotte, merken we nu dat hij ook meer andere variëteiten aankoopt.

Doorheen de jaren noteren we een verschuiving van grote naar kleinere verpakkingen. Het volumeaandeel van de verpakkingen groter dan 5 kg daalde van 25% in 2008 naar nog slechts 14% nu. Het volumeaandeel van verpakkingen van 2,5 kg of minder steeg op zijn beurt van 26% in 2008 naar 38% nu.

Qua type verpakking merken we verschillende voorkeuren. Het belangrijkste hierbij is dat de aardappelen goed zichtbaar zijn door de verpakking, zodat de consument de kwaliteit visueel kan controleren. Verpakkingen die de houdbaarheid verhogen of die milieuvriendelijk zijn, hebben ook een streepje voor bij de consument. Een aantal consumenten geeft de voorkeur aan losse aardappelen. Ze kunnen dan zelf kiezen welke en hoeveel aardappelen ze precies nemen, en beschouwen aardappelen in bulk als milieuvriendelijker en goedkoper. Vooral voor singles is dit handiger dan (grotere) verpakkingen. Ze ervaren wel weinig keuze in variëteiten bij losse aardappelen. Momenteel wordt 9% van het aardappelvolume los aangekocht.

De prijs heeft bij verse aardappelen slechts een beperkte invloed op de aankoopbeslissing. Slechts 13% van de ondervraagden gaf aan dat de prijs een rol speelt bij hun keuze.

Qua grootte en vorm van de aardappelen was er geen eenduidige voorkeur. Sommigen verkiezen grote aardappelen omdat die makkelijker schillen, omdat je dan minder verlies hebt en omdat je daar beter frietjes van kan snijden, terwijl anderen kleinere aardappelen verkiezen omdat ze die doorgaans beter van kwaliteit en smaak vinden. Voor medium en low users van aardappelen zijn de aardappelen in één zak liefst allemaal even groot. Voor bepaalde heavy users mogen de aardappelen in één zak wel verschillende groottes hebben zodat ze per toepassing kunnen kiezen welk aardappel ze wanneer nemen. Ook qua vorm merken we een verschil in voorkeur afhankelijk van het type consument: conveniencezoekers willen eerder zo ovaal mogelijke aardappelen omdat die makkelijker schillen, terwijl voor natuurbewuste consumenten aardappelen wel een grillige vorm mogen hebben omdat dit het meest natuurlijk is en het verspilling van niet perfecte aardappelen vermijdt.

Het belang van herkomst is in stijgende lijn: in 2007 gaf 34% van de consumenten aan dat het land van herkomst invloed heeft op hun aankoop, terwijl dat in 2018 gestegen is naar 44%. 99% van diegenen waarbij het land van herkomst een invloed heeft, geeft aan dat ze een voorkeur hebben voor inlandse aardappelen. Dit vertaalt zich ook in een stijgend aandeel voor Belgische aardappelen: van 70% van het aardappelvolume in 2008 tot 76% nu.

De stijgende interesse in bio vertaalt zich ook in een hoger volumeaandeel van bio binnen verse aardappelen, namelijk van 1% in 2008 tot 4% nu.

Bron: Gondola